See Jacco Play

Jacco Gardner

Wat bezielt een gezonde Hollandse jongen van 25 uit Hoorn om muziek te maken die zo uit de psychedelische platenkast van zijn ouders weggelopen lijkt? Of is die vraag net zo onzinnig als waarom pianisten hun vingers maar kapot blijven spelen op de etudes van Chopin of de gymnopédies van Satie?

Hoe dan ook, de muziek van Jacco Gardner klinkt als Syd Barrett en de nog prille Pink Floyd, gemixed met The Beach Boys en andere psychedelisch klankmoois uit de startfase van de hippieperiode toen de wereld bevolkt leek door trollen, elfen, verdronken vlinders en Meester Prikkebeen, niet zelden in een Afghaanse jas.

Jacco Gardner steelt niet, maar schept wel met grote lepels uit de muzikale erfenis van bijna een halve eeuw her, het linkt lieflijk, licht en zomers, als een muzikaal palet voor Alice in Wonderland, een groot bos op een heerlijke dag waar de mellotron en orgels en koortjes vrolijk om je heen tintelen.

Het is bijzonder deze herschepping van de dagen toen Pink Floyd de wereld aan viel met rare singles als Arnold Layne en See Emily Play. Het roze elfenland stortte al snel in toen voorman Syd Barrett ten onder ging aan LSD en vele jaren later heilig werd verklaard door zijn eigen Floyd in het epos Shine On You Crazy Diamond.

Het schijnt dat Gardner van al het verslavende snoepgoed afblijft, het verklaart mede waarom zijn muziek toch wat lieflijker en onschuldiger klinkt dan de bronnen die hem zo ter inspiratie dienen. Gardners eerste album Cabinet of Curiosities – de titel zegt voldoende, lijkt mij – is heel bijzonder, nu is het wachten op het altijd lastige tweede.

Koeienbehang

Pink Floyd Atom Heart Mother cover Lulubelle

De één zijn dood, is de ander zijn blog. Met het verschijden deze week van de Britse designer Storm Thorgeson kreeg ik het ultieme excuus om schaamteloos een favoriete albumhoes uit het stenen tijdperk op te voeren: Atom Heart Mother van Pink Floyd.

Een koe in een weiland. Dat is alles. Geen titel. Geen bandnaam. Niets op de hoes, behalve Lulebelle III, wat zo heet de herkauwer die enigszins verstoord achterom kijkt en daar Storm Thorgeson met zijn camera ziet staan. De rest is geschiedenis.

Thorgeson maakte het gezicht van Pink Floyd in de jaren dat de Britse band zich van een psychedelische undergroundband ontwikkelde tot het icoon van symfonische rock met nummers van bijzondere lengte. Zo mag je voor het titelnummer van Atom Heart Mother 23.44 minuten met de koptelefoon en pretsigaret horizontaal op de bank.

Voor de één is het bombastische edelkitsch, voor de ander is het een voor 1970 bijna revolutionair werk van band met orkest en koor vol wendingen en effecten, met wegscheurende motoren, explosies, hinnekende paarden, en dus een koe op de hoes, geïnspireerd door de koeien en het koeienbehang van Andy Warhol.

Ik had de jeugdige en heerlijk naieve leeftijd om er door gefascineerd te raken, dat is ook nooit verdwenen, en ik denk dat het bijzondere ontwerp van Thorgeson daar een niet onbelangrijke rol bij of bijrol heeft gespeeld, een koe ergens buiten Londen, zo gewoon, en op een albumhoes zo bijzonder.

Echt wereldberoemd werd Thorgeson overigens een paar jaar later met zijn ontwerp voor Dark Side of the Moon, de grote doorbraak voor Pink Floyd, artistiek en qua Money. En ook bij Dark Side of the Moon geen titel of bandnaam op de hoes. Je moet maar durven.