Emotionele constipatie

EdHet mooie zit niet zelden in het kleine, zoals het kleine stukje van Olaf Tempelman in Sir Edmund van de Volkskrant gisteren over Ed Miliband en het belang van oogcontact. Tempelman schreef zijn stukje voordat de Engelse (en Schotse) kiezer meat loaf van de Labourleider had gemaakt. Voor velen – behalve de Britse pollsters – was dat overigens geen verrassing. Die Ed Miliband, die had niet echt ‘what it takes.’

Volgens Tempelman was Miliband niet zo erg op zijn gemak in het gezelschap van mensen, toch een lichte handicap voor een politicus, to put it mildly. Gereserveerdheid en emotionele constipatie zijn Britten eigen, volgens Tempelman. Maar bij Milliband zag je niet zozeer stijfheid maar een permanente verstijving, een ‘verschrikt konijn in de schijnwerper.’ Ed Konijn, so to speak, maar die naam was al vergeven aan de voormalige Feyenoordkeeper say-oe-ah-ed-de-goey.

Miliband verloor. En Cameron won. Overtuigend. Maar het blijven rare jongens, die Britten. Want Cameron won een absolute meerderheid met slechts 36,9% van de stemmen. Van het districtenstelsel heb je als establishment ongekend lang lol. Maar ja, probeer die Britten maar eens te doorgronden. In dezelfde Volkskrant werd superfysicus Richard Feynmann aangehaald: “wie zegt iets van de quantumwereld te snappen, heeft er duidelijk niks van begrepen.” Je hoeft alleen maar quantumwereld door Britten te vervangen. Hoe zou het trouwens met de broer van Ed Miliband zijn?

Sexual references and historical smoking

TuringRare jongens, die filmmakers. Geconfronteerd met kritiek op de verhaallijn van een film, verwijzen ze altijd naar de dwingende klok: het moet toch allemaal maar passen in een uur of twee. Maar die klok rechtvaardigt natuurlijk niet elke keuze. Het is dan net als die voetbaltrainer die roept dat hij in 90 minuten speeltijd toch echt niet aan aanvallen toekomt. Sorry, te weinig tijd.

Veel films baseren zich op een waargebeurd verhaal, maar gaan er dan mee op de loop en aan de haal. Zo weet je niet wat feit of fictie is, tenzij je moeite nam om boeken en kritieken te lezen of een documentaire te kijken. En ook heir geldt weer: we hebben maar een uur of twee, en we moeten het ook allemaal nog maar kunnen verbeelden. In andere woorden: het moet er ook nog een beetje leuk uitzien, en liefst ook Oscar-waardig.

Dit soort gedachten dwarrelden door mijn hoofd bij het zien van The Imitation Game over de Britse wiskundige, codekraker, computervader en homoseksueel Alan Turing. Met alle grote thema’s die er liggen, maakt regisseur Morten Tyldum er een iets te  keurig prentenboek van, met rokende mannen in spencers, een loslopende spion en het genie dat zijn overleden jeugdliefde tot leven wekt in zijn Christopher-machine.

Benedict Cumberbatch speelt naar groot vermogen, maar misschien juist daarom heb ik eerder het gevoel naar een freak show light te kijken dan naar een echte zoektocht naar het wezen en het geniale van de buitenstaander, de briljante loner. Dochterlief was mee en vond het vooral ‘zielig’ en inderdaad was het leven van Turing geen halleluja. Niet voor niets maakte hij na ‘ontmaskering’ van zijn homoseksualiteit, zijn veroordeling en chemische castratie een einde aan zijn leven.

Nu we het ons kunnen veroorloven is Turing gerehabiliteerd, maar dat geldt helaas niet voor vele tienduizenden Britse mannen die tot 1967 als grootste misdaad hun homeseksualiteit hadden. The Imitation Game is een onderhoudende film over een intens complexe man in een intens complexe tijd. Dat blijft echter niet hangen in het geheugen. Het is vooral die brave film met bij de Britse filmkeuring de uitleg ‘..some sexual references and historical smoking.’  Daar had meer ingezeten. Misschien een Oscar…

Een gegeven paard

War-Horse-at-the-New-London-Theatre-Photo-credit-Brinkhoff-Mögenburg-600x407Ik had weinig goeds gehoord over War Horse, maar toen we via de Postcode Loterij vier vrijkaarten in de schoten geworpen kregen, besloten we toch maar zelf te gaan kijken. Dat viel niet mee. Het was angstwekkend stil in een zaterdagavonds Carré en de suppoosten deden door schuiven en aansluiten er alles aan om de zaal er nog een beetje ‘gekleed’ uit te doen zien. Het hielp niet echt.

War Horse liep en loopt niet, en dat is een grote klap voor Carré en voor producent Joop van den Ende die een enorme rij aan voorstellingen hadden opgelijnd. Maar de grootste klap moet toch de grote inschattingsfout zijn om een productie naar Nederland te halen waar niemand hier iets mee heeft. Het klonk aardig – dat paard was fantastisch – maar het is dodelijk tegelijk.

War Horse is op en top Brits, hoe universeel de relatie tussen jongen en man en paard ook kan zijn. Ik weet het: je mag een gegeven paard niet in de bek kijken, maar toch: het verhaal is gedateerd, het acteren heeft bij vlagen iets van het oude volkstoneel en na afloop vinden de eerder gescheiden man en paard elkaar weer. Tsja. Wij vieren kwamen ook niet veel verder dan dat paard wel knap gedaan was. War Horse als een soort one trick pony.

Brighton Rock

uriah-heep-bNiks fly-drive, niks Kanaaltunnel, in mijn jeugd was er de ferry en – gaaf, maar wat een stank en pokkenherrie – de hovercraft om ons het Kanaal over te zetten richting de krijtrotsen van Dover. In mijn puberjaren ben ik verliefd geworden op dat rare Albion, en het is nooit meer overgegaan.

Het moet 1972 zijn geweest toen ik die zomer in Brighton in een hip kelderwinkeltje van mijn zakgeld de net verschenen LP Demons and Wizards van Uriah Heep kocht. Ik kende de groep en de muziek niet, ik denk dat ik geïntrigeerd werd door de door Roger Dean ontworpen hoes met een lokkende tovenaar in een fantasieland met watervallen en donkere luchten waar Dean met Yes ook zo’n succes mee had.

Ik was blown away toen ik Demons and Wizards voor het eerst hoorde op mijn hotelkamer op mijn portable draaitafel. Het was rock, het was hard, snel, maar het was ook melodieus, met akoestische gitaren en hemelse koortjes. De hitsingle Easy Livin’ stond als een huis, en denderde als een trein met het pompende orgel van Ken Hensley.

Het zijn mooie herinneringen aan de vooravond van weer een Brits bezoek. Nu mag je Uriah Heep niet meer leuk vinden – foute bombast – maar het is toch die muziek van zo rond je vijftiende die heel diep ergens in je geheugenopslag zit en – hoe dan ook – vormend voor the years to come. Als ik straks in de buurt van Brighton ben, zal ik toch even denken: Easy Livin’, het is best goed gelukt.

Automutilatie

Hyundai

Reclame. Het blijft lastig. Het is toch aanjagen van hebzucht en consumptie terwijl Al Gore in zijn nieuwste boek The Future – Six Drivers of Global Change ons voor onze zelfvernietiging de wacht en dood op termijn aanzegt.

En dan zijn er ook nog automerken die uit de bocht vliegen. Zoals recent Ford in India. Of in ieder geval het reclambureau van Ford dat advertenties maakte met Silvio Berlusconi die enkele dames uit zijn schimmenrijk bound and gagged in de achterbak had liggen. Fijn in een land dat vooral wereldnieuws is door verkrachtigingen.

Deze week was er Hyundai dat in de oorlog van teruglopende autoverkoop op een nare commercial werd betrapt die bestemd was voor de Britse markt. In het filmpje probeert een man zelfmoord te plegen in zijn garage. Helaas of gelukkig voor hem mislukt het: het nieuwste Koreaanse autowonder stoot 100% water uit.

Over smaak valt te twisten. Deze is over de rand. Het is de ziekelijke neiging van reclamemakers om het zogenaamde briljante idee van wat creatieven te laten prevaleren boven gezond verstand, smaak, stijl en merkbescherming.

Want was is nu eigenlijk de boodschap? Die Hyundai is zo’n klotenauto dat je zelfmoord wilt plegen? Of dan koop je een auto van een bekend merk en dan kun je nog niet eens zelfmoord plegen? En dan mislukt je zelfmoord, moet je toch weer door met je kloterige leven in dead-end-street. Ook Hyundai is dus onbetrouwbaar. Nu maar hopen dat je hem nog kunt inruilen.

Typisch gevalletje automutilatie van Hyundai dat natuurlijk ook weer erg veel spijt had. Tsja. Nadenken, smaak, gezond verstand, het is niet iedereen gegeven. Maar de knieval van Hyundai kwam toch vooral omdat een Britse blogger aanstoot nam omdat de spot haar terug deed denken aan de zelfmoord van haar vader. Het verhaal vertelt niet of dat ook in een Hyundai was…

In het pak genaaid

rutte.glazenhuis

Het is koud. Dat komt door de opwarming van de aarde. Het is een logica die niet iedereen pakt. Wat iedereen wel begrijpt, is dat het economisch guur is, en dat het toch echt eerder beter weer wordt dan dat we economisch de zon weer zullen zien schijnen over onze delta.

Maar er is een lichtpuntje. Mark Rutte. De premier zelf. Volgens Vanity Fair verdient Rutte een bronzen plak in de categorie best geklede politiek leider. Dat is mooi. Het steekt ons sloebers en paupers een hart onder de riem. Als je maar wilt. En als je maar keuzes durft te maken. Hoe ver je dan komt.

Die lach. Die bril. Dat haar. En dan niet te vergeten dat eeuwige blauwe pak. Volgens mij heeft hij er slechts één. Kan hij zich ook nooit vergissen. In ieder geval niet qua kleding. Over al het andere begint het volk nu toch wel erg hard te knorren.

De mantra’s van eigen verantwoordelijkheid en botte bezuinigingen samen hebben een dodelijk effect op ondernemerszin en consumentenvertrouwen. Virtueel heeft het kabinet nog steun van 42 van de 150 Kamerzetels. Dat mag met recht een dipje in het vertrouwen in dit kabinet worden genoemd, hoe goed haar en pak ook zitten.

Volgens mij worden we in het pak genaaid, en niet zo zuinig ook. Bij de Britten is het niet anders. David Cameron – hij staat tweede bij Vanty Fair, betere dassen dan Marc – ligt ook zwaar onder vuur en coalitiedruk. Goed gekleed, slecht geregeerd, zou dat de moraal van het verhaal zijn?

Toen het water kwam

Wat waren we weer gefixeerd op een komende Elfstedentocht, en dus kwam uit alle laden de beelden van de heroische tocht der tochten uit 1963, de tocht die Reinier Paping won, en wat hem eeuwige roem in Friesland en ver daarbuiten bracht. Maar net nu het ijs wijkt en de sneeuw smelt, herdenken we tien jaar verder terug in de tijd, de Watersnoodramp van 1953.

Ik herinner mij dat in mijn ouderlijk huis een herdenkboek over de Watersnoodramp lag met de zeer veelzeggende titel De Ramp, Veel aangrijpende zwart witfotografie over eindeloze watermassa’s, verdronken paarden, boten met geredde mensen, en nu bijna prehistorische helicopters. De Duitsers waren koud weg, of een zware noordwesterstorm, springtij, en onzekere dijken maakten een ramp die zo’n 1.800 mensen in Zeeland en Zuid-Holland en een beetje Brabant het leven kostte.

Toen het water kwam. Een ramp. Zeker. Zeker ook voor ons net een beetje herwonnen zelfvertrouwen na vijf jaar Duitse bezetting. Opnieuw bleek hoe kwetsbaar ons kikkerlandje was. Dijken die weken, vruchtbaar land dat overspoeld en voor jaren onbruikbaar werd. Het land dat altijd al vocht tegen het water, zou zich nog slimmer en vastberadener moeten tonen.

Van De Ramp, een paar geleden verfilmd als De Storm, kwam uiteindelijk veel goeds. De Deltawerken zouden ons gaan beschermen, en onze kennis van hoe om te leven met en om te gaan met het altijd dreigende water, werd een exportprodukt van enorme omvang. Van ellende naar winst, zo kan het gaan.

Het was een mooie Andere Tijden vanavond over De Ramp, zonder commentaar, maar met alleen commentaar van toen, toen de tv er nog maar net was, maar niemand die die 1e februari wist wat er werkelijk aan de hand was en hoe groot de ellende was, laat staan dat het woord ramp viel. Nu, 60 jaar later, staat de Watersnoodramp als een icoon in onze geschiedenis, in de strijd voor ons bestaan, en worden we gepast klein als we beseffen hoe genadeloos God toe kan slaan.

En in het Journaal na Andere Tijden aandacht voor Engeland waar gevreesd wordt voor overstromingen door enorme hoeveelheden smeltwater. Van watersnoodramp naar watersnoodramp. Het is geen toeval, het is gewoon ook de tijd van het jaar. Maar wij lijken ons nu veilig te weten achter de dijken. De Engelse waterhuishouding is al heel lang en elk jaar weer een aantal keren een grote bron van zorg. Misschien moeten wij Cameron maar eens te hulp komen, net als al die buitenlandse militairen die in 1953 ons te hulp schoten.

A Country for Old Men

Ik had nog nooit een James Bond-film gezien in de bioscoop. Dus na een halve eeuw mocht het wel een keer. Eens kijken hoe het nu zat met mijn vooroordelen. En waarom drommen mensen elke keer weer voor 007 naar de bioscoop gaan.

Skyfall. Het is een hele zit. Tweeëneenhalf uur. Maar dan heb je ook wat. En dan kom je nog eens ergens. In Istanbul in de opening. In Londen, natuurlijk, in Shanghai, en op Macau. De kogels vliegen je om de oren. En om voetbalanalyticus Gary Lineker te parafraseren: ‘And in the end James Bond wins.’

James Bond nu is Daniel Craig. En Daniel Craig is James Bond op zijn retour. De oude held is ouder geworden, de baardgroei grijs, het fysiek hapert, en er gaat wat erg veel whisky naar binnen. De glans is er af. Dat geldt natuurlijk voor heel Engeland, het voormalige wereldrijk, waar spionnen nog veel buitenland hadden en bijzondere klusjes te klaren.

De wereld is veranderd, de spionnen zijn ouder geworden, maar de vijanden hebben zich vernieuwd. Ze zijn onvindbaar, hebben geen achtergrond, lijken niet te bestaan, en zijn kwade computergekken in plaats van kwaadaaardige landen.

Aan het eind wint Bond – God knows how and why – maar zijn Engeland verliest. De slechterikken lopen schietend binnen bij een parlementaire enquete naar MI6 en lijken te bewijzen dat het oude systeem het allemaal niet meer aan kan. M, de oude bazin met de bijzondere verhouding met ‘haar’ mannen, overleeft Skyfall dan ook niet.

Engeland is A Country for Old Men geworden, een meer dan losse verwijzing naar de Spaanse acteur Javier Bardem die de killer speelde in No Country for Old Men van de gebroeders Coen en in Skyfall oud-spion-turned-bad Raoul Silva neerzet die op het eind, in een Schots kerkje waar Bond zijn ouders begraven liggen (ja, ja…), door Bond heel ouderwets wordt doodgestoken.

Na een halve eeuw en de nodige acteurs later is Bond verouderd net als zijn Britse rijk. Dat Daniel Craig toch nog de oude stoere machotrekjes mag hebben, is eigenlijk ook een beetje een oude truc en de sex anno 2012 moet je er wel heel erg bijdenken. Misschien is dat wel de grootste tragiek van Bond, James Bond.