Grachten vol tranen

Eberhard Edzard van der Laan is heengegaan. Het was de kroniek van een door hem zelf aangekondigde dood. Hij laat een lieve stad, een lieve vrouw en vijf lieve kinderen achter. Eberhard is er niet meer om voor ons te zorgen en over ons te waken.

Hij werd geboren in Rijnsburg, maar was Amsterdamser dan Amsterdam en het leek er wel op dat hij in zijn eentje de stad wilde torsen. Een ontembare energie. Een onbedwingbare behoefte en drang om problemen de wereld en vooral de stad uit te helpen.

Er is een Amsterdammer doodgegaan. En niet zo’n kleine ook. Maatje XL. Een oor, een aai, een arm voor iedereen en voor alles een oplossing. Een goed mens, met natuurlijk ook van die trekjes, maar ach. Als je de hele stad op je schouders torst, dan moet je af en toe ook wat blaffen, en bijten deed hij zelden.

Nu moeten we zonder Eberhard goed voor de stad en voor elkaar zorgen. Het was zijn opdracht aan ons. Nu hij er niet meer is, moeten wij het van hem overnemen. Een soort Amsterdamszelfbestuur. Onze liefderijke burgervader is er niet meer om ons te leiden. We zijn nu een stad met 855.000 wezen. Grachten vol tranen. Ik maak een diepe buiging. Dag, Eberhard.

Ei-ei-situatie

 

Ik ben het wel eens kwijt. In de war. Spoor bijster. Van de leg. U kent het vast. Nou denk ik vaak dat het gewoon aan mij ligt, maar vanochtend had ik plots een dieper inzicht. Dat kwam door een ei-ei-situatie. En dat zat zo.

De firma Chickfriend – jawel – uit – jawel – Barneveld was kippenstallen te lijf gegaan met bloedluisreiniger waar het voor de mens (en kip, neem ik aan) schadelijke fipronil aan was toegevoegd. Wat Chickfriend verkocht als ‘de droom van elke kippenboer’ (ik verzin het niet..), werd een nachtmerrie en landelijk nieuws.

Ook mij werd vriendelijk verzocht eventuele eieren in huis op code te checken. Die code vond ik uiteindelijk op de eieren zelf. Was me nooit opgevallen dat eieren zo’n gestempelde code hebben. Maar goed, in de zoektocht naar die code – gelukkig bleken onze eieren ‘safe’ – stuitte ik op iets wat verdacht veel leek op een samenzwering om mij gek te krijgen.

Op het vrolijkgroene doosje met 6 eieren stond niet alleen dat de kippen het zo goed hadden en lekker buiten konden scharrelen, maar ook informatie over allergie. En de allergie informatie was even simpel als gekmakend: bevat ei. Ik zweer het. Ei bevat ei. Ci c’est un oeuf. Dat u het weet. Dat u niet komt klagen als blijkt dat u met een ei ei binnen hebt gekregen.

Ik ben inmiddels nog aan het bijkomen van deze ei-ei-situatie. Terwijl ik toch ook al decennia het raadsel van de kip en het ei probeer op te lossen. Ook geen eitje, zal ik maar zeggen.

Een lieve stad

Het is een prachtige zomeravond met een bijzondere gast en tot vlak voor het eind gaat het zoals het gaat en dan is er bijna op het eind dat einde dat maar onbesproken leef, het vooruitzicht van de dood waar Eberhard van der Laan liever niet aan denkt, maar dat zich dan onstuitbaar opdringt en weerspiegelt in de gebroken belofte die Abdelhak Nouri heet.

Het is het moment dat je weet dat komt, want met al het harde, stevige, sterke, dappere en moedige dat in zijn voornaam huist, is Eberhard natuurlijk ook gewoon een hele lieve jongen die in de ultieme worsteling met zichzelf is en zijn verantwoordelijkheidsgevoel gebruikt als nauwsluitend pantser tegen het onvermijdelijke.

In die paar uur zomergast bouwde de burgemeester een prachtig beeldhouwwerk van hoop, humanisme, betrokkenheid, gezonde dwarsigheid, energie, levenslust, nieuwsgierigheid en vertrouwen in een mensheid die dat lang niet altijd verdient en waarmaakt.

Ik hoop dat Eberhard nog een poosje burgemeester blijft, en dan nog een poosje blijft en dan nog een poosje, ja graag, doe maar, ik teken bij het kruisje. Want hoe groot kan het monument zijn voor een burgemeester – een Rijnsburger, mind you – die door zijn tranen heen hoopt dat zijn Amsterdam een lieve stad blijft. Een lieve stad. Wow. Dan zeg ik: lieve burgemeester. Die blijft niet nog een poosje, die gaat nooit meer weg.

 

Rechts met de bijbel

rechts

Het was een mooi staaltje framing van Lodewijk Asscher, het beoogde kabinet met de ChristenUnie wegzetten als rechts met een gristelijke buitenboordmotor, de poldertaliban light. Als frequent bezoeker in mijn jeugd van scholen met de bijbel kon ik de grap en knipoog wel waarderen. Ik vermoed dat Alexander Pechtold wel een tijdje stond te schuimbekken.

Rechts met de bijbel. Ik moet nog maar zien dat het er komt. Na een dag of 111 lijken mij de kloven nog steeds erg groot. Na de eerdere schoffering door Pechtold zie ik de ChristenUnie niet snel noch soepel door de knieën gaan voor een vrijzinnig-liberale kijk op mens, geloof en zelfbeschikking.

De vier pratende partijen steunen op een Kamermeerderheid van 1 en een poll van -1.  Magertjes, lijkt me. Getalsmatig en inhoudelijk. Zeker, Rutte wil en kan altijd. En ook het gestijfde zuur van Buma zal ook wel willen landen in een kabinet. Maar wat hebben we dan voor een gedrocht?

Het leek dat fijn dat Gert-Jan Segers (7 jaar in Caïro gewoond!) in gesprek ging met het COC, maar ik hou toch mijn hart vast over wat het geloof ons weer wil opdringen op het gebied van wie en wat we zijn en willen zijn en hoe lang. Rechts met de bijbel is leuk gevonden als stekende grap, maar God verhoede dat we dit kabinet ook echt krijgen.

Verziekt klimaat

trump

Misschien is Donald Trump wel de verpersoonlijking van The American Dream, de gedachte dat je – als je maar wilt en hard wilt werken – alles kunt worden wat je wilt. Onroerend goed tycoon, tv host, pussy grabber en zelfs president.

Die American Dream is natuurlijk één grote leugen. Je kunt in de VS helemaal niet worden wat je wilt. Het land is een sociaal moeras. De verdeling van de welvaart is om te huilen. De verstrengeling van bedrijfsleven en politiek jaagt het geld naar de rijken en houdt de rest van het land economisch gevangen. The American Dream is een nare droom.

In een rammelend en uitgewoond land werpt Donald Trump zich op als de redder van de Amerikaanse droom. Make America Great Again is de Goebbelsiaanse leuze die het volk in de stembus naar de grootste narcist aller tijden kreeg en dat nu al voelt hoe het enige belang van Donald Trump zijn eigenbelang is. Hij runt de VS als zijn bedrijven: top down, rucksichtslos, onbeschoft en alles in eigen voordeel.

Maar er is hoop. De hoop op impeachment en vervolging van een president die slechts de zakken van zichzelf en zijn soortgenoten vult en het belang van de VS ondergeschikt maakt aan zijn eigen deals en doelen. Misschien zit Trump wel eerder in de gevangenis dan dat de VS zich los kan maken van het Parijse klimaatakkoord.

The Act You’ve Known For All These Years

pepper1

Ik ben een dag te laat, maar wat maakt dat uit op een halve eeuw? Gisteren was het exact 50 jaar geleden dat Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band verscheen, de LP van The Beatles die gezien wordt als het beste, belangrijkste en meest invloedrijke album in de popgeschiedenis.

Het album is een wonderbaarlijke bundeling van talenten, instrumenten, technieken en thematieken en bevat nummers die al heel lang legendarisch mogen worden genoemd, zoals Lucy in the Sky With Diamonds en A Day In the Life.

In 1967 stonden The Beatles op het hoogtepunt van hun artistiek kunnen. Het ervaren kwartet uit Liverpool had zich getransformeerd van een onwaarschijnlijk succesvolle hitfabriek tot een band met grote artistieke diepgang en reflectie.

En hoe geniaal, jezelf aan begin en eind van het album presenteren als die Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, een band die speelt dat ze The Beatles is, bedacht door The Beatles. Muzikaal Droste-effect. En naast Sergeant Pepper bedachten ze nu wereldberoemde karakters als Lucy, Lovely Rita, The Hendersons en Mr. Kite.

It was twenty years ago today, zo begint Sgt. Pepper. Inmiddels is het fifty years ago today, nou ja, gisteren dan. Vanavond op NPO2 de integrale uitvoering van Sgt. Pepper door The Analogues die met liefde en enorm veel doorzettingsvermogen alle stemmen, instrumenten, geluiden en effecten tot leven brengen, iets wat The Beatles zelf nooit deden.

14 Mei

14mei

Mijn moeder was een vrouw van weinig woorden. Zij bleef graag op de achtergrond, daar had ze het beste overzicht. Haar stem verhief zij nooit, terwijl daar aanleidingen genoeg voor waren. Zij luisterde meer dan ze sprak, en des te beter luisterde ik als ze vertelde over het bombardement op Rotterdam.

Mijn moeder was net 12 toen de Luftwaffe het Rotterdamse stadshart bombardeerde. Vanaf de Kleiweg in Hillegersberg zag ze met haar ouders en haar zusje de brandende stad, en die beelden van die 14e mei 1940 heeft zij altijd bij zich gedragen.

Mijn moeder heeft dat vorige kampioenschap van Feyenoord in 1999 nog meegemaakt. Voetbal interesseerde haar niet zoveel, ze vond het altijd fijn dat ik er zo’n plezier aan beleefde. In haar latere jaren als we zondags belden vroeg ze altijd of ik wist wat Ajax had gedaan. Het leek op sarren. Ze wist dat ik het niet wilde weten omdat ik Studio Sport wilde zien zonder voorkennis van de uitslagen. Toch gooide ze er dan zinnetjes als ‘nou, dat was niet best’ of ‘ga maar kijken, dat was wat’ uit.

Mijn moeder kon het niet laten, en één keer hapte ik echt en werd heel boos over wat ik een soort van gecalculeerd pesten vond. Ik vuurde een verbaal bombardement op haar af, zo’n moment dat altijd bij je blijft en waar je nu alsnog voor onder een steen wilt kruipen.

Mijn moeder is er niet meer en heeft dus geen weet gehad van de Renaissance van Feyenoord. En ook niet dat het kampioenschap van de ploeg van Zuid en van Gio de titel na 18 jaar drooglegging binnen sleepte op diezelfde 14 mei die zij maar niet kon vergeten. Na 77 jaar was de wederopstanding van Rotterdam voltooid. Het beeld van Zadkine heeft weer een hart. Het klopt rood en wit.  

Groen op rood

klaver

Weken horen we niets over de kabinetsformatie en plots is daar de mare dat CDA-baas Buma die de sfeer zou verpesten door dwars voor elke vergroening te gaan liggen. Wie dat gek vindt, heeft zijn huiswerk niet gedaan. Kijk op de site van het CDA en je vindt er niets over klimaatverandering, vergroening of verduurzaming. Bij het CDA is alleen het logo groen.

CDA-zwaargewicht Herman Wijffels maakte Buma uit voor ‘de Nederlandse Trump’ op het gebied van klimaat, maar dat lijkt mij te veel eer. Het legt misschien wel een richtingenstrijd bij de mannenbroeders bloot. De rentmeesters van rustig aan, en de meer visionairen die vinden dat de wereld een andere kant op moet draaien. Boeiend.

Bij GroenLinks weet je tenminste wat je koopt. Het logo is groen en rood, want dat is GroenLinks, alleen is groen rood en links dan weer groen. Een intellectueel spelletje. Vormgrap. Maar als je baas Klaver heet, dan kan er echt niemand meer twijfelen aan je groene gezicht.

D66 heeft ook een groene huisstijlkleur, maar de club van Alexander zie ik niet op boten of barricaden klimmen om de wereld te redden. Het moet wel een beetje gezellig blijven voor onze liberaal socialen.

En over liberaal gesproken: het schijnt dat door het gedwarsboom van Buma Rutte juist wat meer genegen zou zijn om – tegen de wens van zijn rechtse smaldeel – wat meer groen op tafel te krijgen en in het regeerakkoord. Het zal.

Alles bijeen klinkt het niet als een kabinet-to-be dat een idee heeft over hoe wij de grote transformatie naar een duurzame economie en een gezondere wereld kunnen gaan maken. Groen staat op rood, als in het logo van GroenLinks.

Heet dat nu na weken mapjes maken een gemiste kans?

Dat ventje Dickie

robben-wisselMattie en Wietse. Dat was me een fittie. En Macron en Marine, oh la la. Maar Dickie en Willem, dat is buitencategorie. Het zit zo.

Op 19 juni 2004 wisselt bondscoach Dickie Advocaat uitblinker Arjen Robben voor de stugge middenvelder Paul Bosvelt. De voorsprong van Nederland slaat om in een 3-2 nederlaag tegen de Tsjech. Heel Nederland hysterisch en op het bloed van Dickie uit. Jan Mulder vindt dat de bondscoach gestenigd moet worden, ik verzin het niet.

Assistent van Dickie was de Kromme, ofwel Willem van Hanegem, die als voetballer er al geen moeite mee had om tegenstanders net onder de knie af te zagen. Op een persconferentie twee dagen na de rampwissel geeft Willem antwoord op de vraag wat hij zou doen als Dickie nog een keer zo zou wisselen. ‘Dan sla ik hem neer’, riposteerde de zelfverklaarde volksheld. Sindsdien gaat het tussen Dickie en Willem niet echt crescendo.

Nu diezelfde Dickie voor de tigste keer bondscoach is geworden, ging Van Hanegem nog maar een keertje los. Hij vond Advocaat best ‘een aardig ventje’, maar tussen de regels door hoorde je steeds het woord landverrader sissen omdat Advocaat vorig jaar keurig zijn contract inleverde bij de KNVB om in Turkije de bankrekening nog wat te spekken. Diezelfde KNVB die hem nu driekwart later weer binnenhaalt om te redden wat er te redden valt richting het WK in 2018.

Deze blog zou niet compleet zijn en Hans van Breukelen groot onrecht doen als ik de technisch directeur van de KNVB niet even zou noemen, al was het maar bijna op het eind. Hij maakte van het inhuren van een uitzendcoach een soap van ongekende proporties en dat versterkte voor zijn critici (en dat zijn er nogal wat) het beeld dat de man van het polletje in de Kuip en die onnodige penalty tegen de Rus in de EK-finale in 1988 ongeschikt is als nationale voetbalbaas.

Oh ja, en voor hetzelfde geld (nou ja..) krijgen we ook Ruud Gullit er nog bij, en Dickie en Ruudje dat ging ook niet zo goed in 1994. Dat wordt nog wat. Maar laten wij god-op-de-blote-knieën danken dat de gifbeker die Henk ten Cate heet aan ons voorbij gaat. Wat had die man eigenlijk ooit gepresteerd om überhaupt in beeld te geraken voor bondscoach?

Liefde voor taal

aap-noot-mies

Nog niet zo lang geleden leek de Nederlandse taal een bedreigde diersoort in de jungle van de ruim 7.000 talen die op onze aarde (nog) worden gesproken. Het Nederlands zou verdwijnen, vooral onder de eigen inhaalzucht van vreemde woorden, voornamelijk uit het Engels.

Maar niets is minder waar gebleken. Het Nederlands is springlevend, groter dan ooit, en wordt gekoesterd door de wereldwijd 24.000.000 zielen die het spreken. Zij houden van hun taal, maar ze denken niet dat anderen Nederlands een mooie en zwierige taal vinden. Toch wordt er in steeds meer landen en op steeds meer plaatsen Nederlands gedoceerd en geleerd.

Het Nederlands is dus niet door vreemde machten onder de voet gelopen. Dat is fijn. Zeker ook voor mij. Ik kan me meer dan gemiddeld redden in het Engels, maar als tekstschrijver verdien ik toch mijn brood en beleg in het vormen, kneden, boetseren en ook schrappen in het Nederlands. De Nederlandse taal en ik zijn onlosmakelijk verbonden. Ik kan dus alleen maar ingetogen juichen bij het mooie rapport van de Nederlandse Taalunie over ons levend Nederlands.

Oh ja, en het mooiste Nederlandse woord volgens de Nederlandstaligen is liefde. Mooi natuurlijk, maar haalt het toch niet bij het Vlaamse toverwoord goesting. Maar ja, zo is er altijd wat. En dat is wel een erg Nederlands zinnetje…