Uitgeroeid

Er is al zoveel geschreven over de Tweede Wereldoorlog, maar nog lang niet genoeg, en het mag ook nooit stoppen. Dit weekend kwam de Anne Frank Stichting met twee foto’s waarop Margot Frank, de oudere zus van Anne, staat.

Het zijn foto’s uit de zomer van 1941. Het is prachtig weer. De zon schijnt op de Amstel en op de meiden van de Vereeniging ter Bevordering van de Watersport onder Jongeren. Er wordt geroeid, gelachen, genoten. Maar niet lang meer. In september 1941 mag Margot niet meer roeien en haar Joodse coach Roos van Gelder mag de meiden niet meer trainen.

Niet zo langzaam en zeer zeker wordt de Joodse gemeenschap in ons land geïsoleerd. De roeigenoten zijn solidair en stoppen ook met roeien. Het is een mooie daad van vriendschap en solidariteit, maar de gang naar het einde is onontkoombaar. Margot en Anne overlijden in februari 1945 in Bergen-Belsen. Uitgeroeid. Letterlijk en figuurlijk. Hoe symbolisch is de foto.

Moon River

Gejaagd door de wind landde ik op maandagmiddag in bioscoop lab111 voor een film die bijna net zo oud is als ik: Breakfast at Tiffany’s. De titel van de film – en van het gelijknamige boek van Truman Capote – klonk mij als zeer bekend en als muziek in de oren, maar ik had de film toch echt nooit gezien.

De song Moon River klonk mij eigenlijk nog veel bekender, maar ik had het nooit geassocieerd met deze film, eerder met een western waarvan ik vermoedde dat Moon River de titel zou zijn. Het hielp ook niet dat Andy Williams Moon River zo fraai vertolkte, daarom kwam de uitvoering van Katherine Hepburn me veel minder bekend voor, maar ze won er toch maar mooi een Oscar en een Grammy voor.

De film Breakfast at Tiffany’s is – zeer – losjes gebaseerd op de drie jaar eerder verschenen novelle van Capote. Hoe geestig de film bij grote vlagen ook is, het venijn van Capote is flink gezoet, en natuurlijk heeft de film een verplicht happy end in de regen, in het boek liep het allemaal heel anders, net zoals in de film alles anders loopt dan de hoofdpersonen denken. Het lijkt het leven wel.

Het drama van München

Op 6 februari 1958, twee dagen voordat ik werd geboren, kwam vlucht 609 van British European Airways in München bij een derde poging ook niet los van de besneeuwde startbaan en verongelukte. Uiteindelijk zouden 23 van de 44 mensen aan boord het leven laten.

Het toestel van BEA was afkomstig uit Belgrado en onderweg naar Manchester en moest in München bijtanken. In het toestel spelers en staf van het grote Manchester United en journalisten die verslag hadden gedaan van de zege van de Mancunians op Rode Ster Belgrado in de toen nog prille Europa Cup.

In Manchester leeft deze ramp na 62 jaar nog immer voort. In het stadion Old Trafford hangt al sinds 1960 een frozen clock die altijd op 6 februari 1958 blijft staan. Het verlies in Manchester was dan ook groot. Maar liefst 8 jonge spelers van de talentvolle Busby Babes – genoemd naar manager Matt Busby – lieten het leven. Busby moest lang vechten voor zijn leven en het kostte hem daarna tien jaar om United weer op het niveau van voor de ramp te krijgen.

De ramp in München staat in een rij van legendarische voetbalvliegrampen, zoals die van AC Torino in 1949, de SLM-ramp met het Kleurrijk Elftal in Suriname in 1989, en het nationale elftal van Zambia in 1993.

8.95

De mens heeft altijd gedroomd van vliegen, om los te komen van de aarde, op eigen kracht te ontsnappen – hoe kort ook – aan de zwaartekracht. Er zijn zelfs sporten voor ontwikkeld. De beste hoogspringer overwon nu al bijna dertig jaar geleden 2,45 m. Indrukwekkend. Maar het wordt nog veel bijzonderder als je het horizontaal doet: als verspringer.

Ik zag gisteren op Canvas een docu over de Amerikaanse atleet Mike Powell, regerend wereldkampioen verspringen, en dat is hij al sinds 1991 toen hij het ooit voor ondenkbaar gehouden in 1968 in Mexico-City gevestigde record van zijn landgenoot Bob Beamon van 8.90 m verbeterde tot 8.95 m.

Wie 8.95 m springt, die vliegt. Het begint – als een vliegtuig op de startbaan – met de aanloop, en Powell tikte daar bijna de 40 km/u aan. Dan is er de afzet, het winnen van hoogte en een soort bicyle kick die je katapulteert tot de zwaartekracht wakker schrikt en doorheeft dat je hem wilt belazeren. Je valt hard in het zand, je bent terug op aarde, je vloog, alles klopte, je bent de beste van de wereld, en na 29 jaar nog niemand die je van je troon weet te stoten.

Land of Hope and Sorry

Ik keek vanochtend een filmpje terug van de TED Talk van Yuval Noah Harari over waarom de mens de wereld regeert. Zijn verhaal is simpel: samenwerking. En dan vooral samenwerking op grote schaal.

Uiteraard denken de Britten daar heel anders over. Dat doen ze over alles, altijd. En dus kiezen de Britten niet langer voor samenwerking op grote schaal, maar een eigen kanaal om groots en meeslepend verder te kunnen leven.

Harari maakte het zo duidelijk. Chimpansees kunnen ook best samenwerken, maar slechts op een kleine schaal, en daarmee zijn ze kansloos tegen ons, Homo Sapiens.

Het heeft even geduurd, maar dan hebben we ook wat: een Brexit. Wat het tot nu toe – net voor de officiële scheiding – heeft opgeleverd, is een diep verdeeld land. Dat is niet handig als samenwerking je grote kracht moet zijn.

Britannia rules the waves. Das war einmal. Maar de Farage’s blijven het evangelie van een trotse toekomst toeteren. We gaan het zien. Of beter: zij gaan het zien. En voelen. Land of Hope and Sorry.

Mission impossible

1917 is het vierde jaar van de oorlog die de Grote Oorlog werd genoemd en pas nadat de Tweede er kwam de Eerste Wereldoorlog ging heten. Die Grote Oorlog was – in het Westen – grotendeels een loopgravenoorlog waarin miljoenen het leven lieten.

Regisseur Sam Mendes blijft in zijn film 2017 weg van de massaliteit en de grote slachtingen, en concentreert zich op twee soldaten die op een onmogelijke missie moeten door het grote niemandsland dat veel weg heeft van de vers gebombardeerde hel op aarde.

De film speelt in de oorlog, maar is toch vooral een verhaal over plicht, cameraderie, de geringe waarde van een mensenleven, en de alom aanwezige dood en verderf. In de promotie wordt juist heel veel nadruk gelegd op de knappe techniek en de suggestie dat de film in een enkele take is gedraaid. Het is inderdaad knap gemaakt, maar de menselijke waarde(n) spelen voor mij toch de hoofdrol.

De laatste getuigen

Ik was een paar jaar geleden in het Poolse Krakau. Een drie kwartier verder ligt het Nazi-vernietigingskamp Auschwitz. Veel mensen gaan er naar toe. Ik ging ook. Ik vond en voelde dat nu ik er was op de plek moest zijn waar zoveel mensen zijn vermoord. Een historische schandvlek en schandplek van onvoorstelbare dimensies.

Veel mensen gaan naar Auschwitz. Als je slecht kijkt bij aankomst, dan denk je aan een soort pretpark. Grote parkeerplaatsen, snackbas, terrassen. Dat krijg je als veel mensen naar hetzelfde gaan. Maar ik vond het goed dat zoveel mensen gaan en gingen, hopelijk om er over na te denken en het verhaal te vertellen, net zoals de laatste nog levende getuigen nu nog kunnen doen.

Maar laten we vooral niet denken dat het een eenmalige barbarij was. De Italiaanse schrijver en scheikundige Primo Levi overleefde Auschwitz en stelde: “Het is gebeurd, en dat betekent dat het opnieuw kan gebeuren.” Dat is niet rustgevend, maar wel realistisch.

Wat wij onmenselijk noemen, is wat de mens zelf aanricht. En: te veel mensen in te veel landen hebben Auschwitz mogelijk gemaakt. Zeker vandaag is het goed om daarbij stil te staan.

Van de prins geen kwaad

Rare jongens die Britten. Vooral die van het Koninklijk Huis. Prins Charles wilde graag reïncarneren als de tampon van Camilla Parker Bowles, zijn broertje Prins Andrew laat in het huis van sex offender Jeffrey Epstein een minderjarig meisje uit, maar kan zich niet herinneren of hij haar ooit heeft ontmoet of seks met haar heeft gehad. Inteelt en ontkenningsgedrag gaan hier hand in hand.

Op advies van hele slechte adviseurs poogde Prins Andrew – of Prince Pedo zoals hij al wordt genoemd – zijn straat in New York en de oprijlaan richting Buckingham Palace schoon te vegen met – helaas voor hem – omgekeerd effect.

Hij nam geen afstand van Epstein, had geen excuses voor wat dan ook, en de rest kon hij zich niet goed herinneren of kwam toch omdat hij zo ‘honorabele’ is. Van de prins geen kwaad weten, heet dat.

Maar de pers en de publieke opinie laten niet los. De altijd al zo hoekige en tamelijk onaardige Andrew krijgt nu enorme klappen. Benieuwd waar dat eindigt.

Advocaat van de Duivels

Hij staat bekend als de kleine generaal, als een grote geldwolf, en toen hij bondscoach van de Belgen was, werd hij de Advocaat van de Duivels genoemd. Hij is ook altijd beschikbaar, ik ken geen coach die zoveel landen en clubs heeft getraind als Dirk Nicolaas Advocaat.

Dick Advocaat is een tikkie saai en voorspelbaar en dat hebben clubbestuurders graag. Geen rare experimenten, gewoon punten binnen halen, mooi voetbal kan altijd nog. Erik van Muiswinkel als Dick Advocaat is dan ook vele malen leuker dan Dick Advocaat zelf.

Na drie jaar is Advocaat terug in de Kuip waar het water Feyenoord tot de lippen staat. Dan is Dick waardevol. Hij krijgt een wankele ploeg wel weer op de benen en zorgt dat het lek boven komt.

Op de foto Dick Advocaat in 1981 in zijn Sparta-tijd, op weg naar omarming met coach Barry Hughes. Hughes was een flamboyante trainer, maar de veel rustiger Advocaat bereikte veel meer. Niet te ver, niet te breed, niet diep, niet te hard.

Zijn dieptepunt heeft Advocaat allang beleefd. Om onverklaarbare redenen wisselde hij op het EK 1994 tegen Tsjechië de excellerende Arjen Robben voor Paul Bosvelt. Oranje verloor. Jan Mulder wilde Advocaat ‘gestenigd’, assistent-bondscoach Willem van Hanegem zei Advocaat bij een volgende keer ‘neer te slaan.’

Leuk vak, coach.

Wie hoorde ik daar lachen?

Na de recente roller coaster ‘Once Upon In Time….in Hollywood,’ blaast nu de controversiële film ‘Joker’ je uit je bioscoopstoel.

‘Joker’ laat de wordingsgeschiedenis zien van de slechterik uit de Batman-strips. Joaquin Phoenix speelt de rol van zijn leven als de mislukte, psychisch verwarde clown met waanideeën die pas aandacht krijgt als hij aan het moorden slaat en revanche neemt op iedereen die hem kleineerde, verwaarloosde, misbruikte en aftuigde.

In schietgraag Amerika hing iedereen in de gordijnen. ‘Joker’ zou aanzetten tot geweld, het zou labiele figuren op ideeën brengen, alsof ze in de VS niet dagelijks tv-schermen vol moordpartijen hebben.

Er valt – bedoeld of onbedoeld, maar in ieder geval niet te hard – ook te lachen, maar dat lachen vergaat je steeds meer als de film naar zijn climax racet.

Een detail: in de soundtrack van ‘Joker’ zit ‘Rock and Roll Part 2’ van Gary Glitter, Brits muzikant en pedofiel die al vele jaren achter celdeuren zit. Boodschap of niet nagedacht? Ik weet het niet. Wat ik wel weet: ‘Joker’ moet je zien, niet voor niets heeft de film in een maand of zo al tien keer het budget terugverdiend.

Wie hoorde ik daar lachen?