Land Of Hope And Glory

Ze werd geboren toen het Engelse leger in de Belgische en Franse loopgraven vocht tegen de Duitsers, recent indrukwekkend verfilmd als ‘1917’ door Sam Mendes. Vera Margaret Lynn was inmiddels al zo oud dat elke Brit dacht dat zij onsterfelijk was, maar helaas. Zij overleed deze week, 103 jaar oud.

Een groot deel van haar leven was Vera Lynn al een levende legende, de ongekroonde koningen van het Britse Rijk en’ the forces sweetheart’, het liefje van de Tommy’s door haar in de donkere dagen van de Tweede Wereldoorlog zo opbeurende en nu wereldberoemde ‘We’ll Meet Again.’

Vera Lynn was naast Churchill een baken van hoop voor de bedreigde Britten. Ik associeerde haar altijd met ‘Land Of Hope And Glory’, het pompeuze patriottische en inmiddels nostalgische anthem over dat wereldrijk dat elke Brit in zijn slaap nog zingt.

Met Vera Lynn teerde heel Engeland bij gebrek aan beter graag op het verleden, toen in het Britse Rijk de zon nooit onderging en iedereen zijn plek kende in de strikte hiërarchie met stiff upper lips die ons later Monty Python bracht.

Stockholmtrauma

De moord op de Zweedse statsminister Olaf Palme bleef 34 jaar een raadsel, vooral door geknoei van de politie. De waarschijnlijke dader Stig Engström bood zich diverse malen bijna aan, maar door zijn tegenstrijdige verklaringen werd hij juist als onbetrouwbare getuige in plaats van dader gezien. Voer voor completdenkers.

Met zoveel politioneel geknoei verbaast het dat er nu zoveel Zweedse politieseries te Netflixen zijn. In mijn jongensjaren smulde ik van de boeken van het schrijversechtpaar Sjöwall en Wallöö en hun eigenzinnige en kritische kijk op de Zweedse maatschappij en de politie waar veel mis was, een soort voorbodes op het Palme-drama.

Engström zou premier Palme – de Zweedse Joop den Uyl – op 28 februari 1986 op straat in Stockholm in de rug hebben geschoten. Hij bleef dus echter altijd uit beeld, en pleegde in 2000 zelfmoord.

Bij een rechtszaak nu zou Engström niet veroordeeld worden. Daarvoor ontbreekt na al die jaren teveel hard bewijs. Had men hem toen in 1986 direct doorzien, dan was Zweden een langdurig trauma bespaard.

American Psycho

American Psycho. Het schokkende boek van Bret Easton Ellis is president geworden. Donald J. Trump. Fake president. Zijn voormalig defensieminister Mattis verwoordde het gisteren pijnlijk treffend: ‘Donald Trump is de eerste president die ik heb meegemaakt die niet probeert het Amerikaanse volk te verenigen of zelfs maar doet alsof. Integendeel, hij probeert ons uiteen te spelen.’

Voor een photo opp met een bijbel die hij nooit leest liet hij bij zijn eigen achtertuin vreedzame demonstranten beschieten, in elkaar slaan en bestoken met traangas. Deze American Psycho doet alles om herkozen te worden. Hij dreigde zelfs met het leger. Maar dat slaat nu terug in zijn gezicht.

De geesten zijn uit de flessen. Van Minneapolis is het protest sneller dan Trump kan tweeten overgeslagen naar alle 50 al lang niet meer Verenigde Staten en naar Toronto, Parijs en Amsterdam, hoewel het in onze hoofdstad wel erg veel en lang gaat over appende bestuurders in plaats van het racisme dat maar niet uit wil doven.

George Floyd is dood. Minneapolis’ finest zullen wel lang achter de tralies komen. Maar het is op zijn best een noodzakelijke eerste stap op de lange weg die we samen moeten gaan naar gelijkheid, gelijkwaardigheid en gerechtigheid. All are welcome staat er op het kerkbord achter Trump. Hij was ziende blind. Hoe symbolisch.

Inpakkunst

Inpakkunst. Het is een raar woord. Maar het is precies wat de in Bulgarije geboren landschapskunstenaar Christo – voluit Christo Vladimirov Javacheff – de afgelopen 60 jaar maakte. Inpakkunst. En op groot formaat.

Christo overleed vorige week, 84 jaar oud, ruim 10 jaar na de dood van zijn geliefde en kunstpartner Jeanne-Claude Denat de Guillebon. Hij de kunstenaar, zij de manager. Altijd samen.

En was het wel kunst die inpakkunst? De vraag hield mij niet lang bezig. Christo kon net zo goed als de soepblikken van Warhol of het roestige metaal van Serra. Bring it on, dacht ik als jonge student die gefascineerd was geraakt door (de afgebeelde) Valley Curtain in Colorado.

Met stof tijdelijk aankleden (mooi..) maakte Christo fascinerende bouwwerken van Pont Neuf in Parijs, de Rijksdag in Berlijn en ‘zijn’ Central Park in New York. Benieuwd of zijn kist vorige week mooi was aangekleed voor het eeuwige.

Gaarkeukens van grofheid

Mijn goede vriend Arjen verwoordde het treffend: “Ik was net tien minuten op twitter en ga nu eerst mijn handen maar eens goed wassen.” Social media zijn precies niet wat ze claimen. Het zijn gaarkeukens van onfatsoen, grofheid en verregaande vorm van belediging, intimidatie en het verspreiden van fake news en virussen van domdenken.

Over mijn bericht over de cover van The New York Times over de bijna 100.000 coronadoden in de VS kreeg ik reacties als dat zo’n aantal toch niks voorstelt en dat er veel meer mensen aan longkanker doodgaan. Pardon?

Social media zijn geen gezellige platforms maar rioolbuizen vol kwalijk riekende uitwerpselen. Het werd zelfs twitter nu te gek. Het gaf aan bij enkele tweets van Trump aan dat deze ‘ongefundeerd’ zijn. Dat is een nette formulering voor hitserij en het dwarsbomen van eerlijke verkiezingen.

Ik vind het leuk om naar uilen in een vensterbank of jonge pinguïns te kijken. Ik heb minder met vakantiefoto’s maar lees graag welke muziek ik toch echt niet mag missen of hoe een column van Diederik Ebbinge over Youp van ’t Hek veel leuker is dan de columns van Van ’t Hek zelf.

Ik vind dat allemaal wel grappig, maar ik ben geloof ik grenzeloos naïef of wens iets wat er niet komt: echte social media, gezellig. met ergens ver weg en deep down een afwerkplek voor gekkies die alle complotten in de wereld niet meer trekken.

 

Wachten op Godot

“Houd de moed erin!” Dat zei minister Van Engelshoven na een werkbezoek aan Nationale Opera & Ballet, Amsterdam Sinfonietta en het Holland Festival die haar duidelijk maakten dat je niet alles maar kunt opvoeren door het klein te maken en dat de 1,5 meterregel en 30 of straks wellicht 100 bezoekers onrendabel en een enorm affront zijn. Het kan niet, het past niet.

Oh zeker, de minister heeft € 300 miljoen voor de ergste nood. Giro 555 voor verweesde cultuur. Amsterdam pulkt wat uit een noodfonds. Maar we wisten het al en kregen het bevestigd: kunst en cultuur hebben geen prioriteit. Acteur, danser, fluitist, het zijn geen essentiële beroepen.

Het is altijd hetzelfde. Als er crisis is, dan is het geld harder nodig in de harde economie dan in die softe cultuur. Brood voor spelen. En gaat het economisch top, dan moet de cultuursector ondernemend de markt op, want daar staan potten met goud.

De culturele sector blijft speelbal van overheden, met leuke plannen vol maatschappelijke relevantie voor potjes met geld en een ongewisse toekomst. We zijn geknecht en verslaafd. Daar moeten we vanaf. We moeten creatief het initiatief nemen. Van de overheid komt het niet. Dat is Wachten op Godot.

Als zieke vogels

 

Het is 117 jaar geleden dat Orville en Wilbur Wright hun eerste vlucht maakten. Bij Kitty Hawk in North Carolina bleven de broers met hun gemotoriseerde vliegtuig een klein stukje in de lucht, de eerste minuut van de luchtvaart.

Dezer dagen lijkt het wel alsof de Wright Brothers nooit hebben gevlogen. De hemel is blauw en vliegtuigleeg waar het nog niet zo lang geleden een hemels paradijs was voor een leger aan toestellen dat de hele wereld bevloog.

Nu staan vrijwel alle vliegtuigen als zieke vogels aan de grond, geïnfecteerd door een virus dat net zo wereldomspannend is als het vliegnetwerk. Hun toekomst hebben ze niet zelf in de hand, die wordt gedicteerd door het virus en door staten die zin en geld hebben om de wankele vogels te redden van a fatal crash.

Zoals het ging, kan het niet verder. De coronacrisis maakt dat alleen maar pijnlijk duidelijker. Willen we nog iets maken van deze planeet, dan zal de luchtvaartindustrie zichzelf her uit moeten vinden. Groener, schoner, duurzamer, minder megalomaan en financieel en fiscaal beschaafd.

Orville en Wilbur kunnen geen begin van voorstelling hebben gehad bij wat hun 53 seconden in de lucht zouden betekenen.

De stem van de koning

Zondag zond de BBC ‘The King’s Speech’ uit, een fijne Britse feel-good movie over de stotterende koning George VI die zijn ketens verbreekt en zijn stem vindt.

Ik vond Willem-Alexander ook altijd maar een stotterende koning. En dan bedoel ik niet zijn pijnlijk verstotterde apologies in Indonesië, maar zijn ongemak en houterigheid waarmee hij steeds bevestigde wat velen dachten dat hij eigenlijk maar een beetje leeghoofdige flutkoning was.

Maar net als George Vi vond Willem-Alexander zijn stem, op een lege Dam, op een altijd beladen 4 mei. Opeens was daar een koning met een eigen stem, een eigen geluid, een eigen verhaal. Persoonlijk, helder, gedurfd en bijna anti-protocollair.

Kritisch naar zijn overgrootmoeder en helder formulerend hoe het kwaad als een virus wakkerde en hoe Sobibor begon in het Vondelpark met het bordje ‘niet voor Joden.’ Toen was ik weer een paar minuten stil…

Een andere wereld

 

Lang geleden al zong Ramses Shaffy hoe stil het was in de stad. Het Parool liet in de PS dit weekend de lege stad zien en ging in Amsterdam op zoek naar de schoonheid achter de sores. Terwijl ik dik ingepakt op het dak in de zon wat vitamine D tot me nam, stonden er files bij de stranden en boekten bouwmarkten recordomzetten. We zitten nog niet helemaal op één lijn, volgens mij.

Het is een andere stad, een andere wereld. Gisteren zag ik voor het eerst in drie dagen een vliegtuig overkomen. Onze wereld is enorm gekrompen. We zijn teruggeworpen op onszelf en de mensen om ons heen, en we zien mooie tekenen van solidariteit en naastenhulp en creatief verzet: we zingen, klappen en musiceren om de sterren van de zorg een hart onder de beschermende kleding te steken en de demonen te verdrijven.

We hebben niet alles onder controle, we zijn niet de ‘masters of the universe’, we mogen best wat bescheidener en voorzichtiger worden. De mens staat er op de schaal van beschaving en duurzaamheid al niet zo goed voor, laten we deze crisis vooral niet voorbij laten gaan om er wijze lessen uit te leren en liefde en zorgzaamheid te koesteren en als een vreugdevirus te verspreiden.

Selma

Ze is 97. Geboren op 7 juni 1922 in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam als Selma Velleman. Door een andere, niet-Joodse naam, een vervalst persoonsbewijs, geblondeerd haar en heel veel geluk overleefde Selma als Marga van der Kuit Ravensbrück en de Tweede Wereldoorlog.

Marga werd weer Selma en Velleman werd Van de Perre, en die Selma schreef na al die jaren het bijna-nuchtere, toegankelijke en misschien daarom ook zo ontroerende boek ‘Mijn naam is Selma.’

Selma neemt je mee naar het Joodse Amsterdam van voor de oorlog, de Duitse bezetting, de steeds verdergaande maatregelen tegen Joden, haar onderduiken en rol in het verzet, haar arrestatie en transport via Vught naar het vreselijke vrouwenkamp Ravenbrück bij Berlijn.

Lang vond ze het niet nodig om haar verhaal te schrijven; er was al zoveel geschreven, ze wilde rust, alle aandacht voor haar nieuwe leven nadat zij haar ouders, haar zusje en zoveel familie had verloren. Ze vond liefde, kreeg een kind, maar de nachtmerries en het verdriet bleven, tot de dag van vandaag.

DWDD gaf Selma van de Perre recent een hele uitzending, een monumentaal gebaar voor een bijzondere vrouw in bijzondere tijden die zo ongelooflijk sterk moet zijn dat ze veel van dat geluk dat haar in leven hield door haarzelf werd afgedwongen. Ik buig diep.