Help!

sheaEr zou € 50.000 zijn geboden op een AH-winkelmandje waar Justin Bieber op het Gelderlandplein in Buitenveldert een paar biertjes in had gestopt. Gekte, zegt u? Ga dan maar eens kijken naar de mooie filmdocu ‘Eight Days A Week’ over het bestaan on the road van The Beatles in de jaren ’60.

De hysterie van teeners voor popidolen begon waarschijnlijk met de wiegende heupen van Elvis Presley, maar schoot bij The Beatles overnight in de allerhoogste versnelling. The Beatles waren bijna nergens meer veilig, moesten rennen voor hun leven, en werden bij elk concert gekgegild door hordes meisjes die hun idolen leken te willen verscheuren. Het geluid was zo hard en intens dat The Beatles zichzelf niet meer konden horen op het podium.

Het duurde zolang het duurde, en dat was niet lang. Wat onschuldig leek te beginnen met vier lads uit Liverpool, werd wereldwijde massahysterie die ook nog eens gevaarlijk werd. Op de Filipijnen werden ze bedreigd, Amerikaanse media keerden zich tegen de groep, en in de zuidelijke staten waren openbare plaatverbrandingen. Het onschuldige veranderde in enkele jaren in hard en gewelddadig, en voor The Beatles was de lol er toen helemaal af.

De foto boven is mooi en veelzeggend. Het is een optreden van The Beatles in het gigantische Shea honkbalstadion in New York. De terecht bezorgd kijkende man links in de voorgrond is Brian Epstein, manager van The Beatles. Hij kijkt naar bijna 60.000 mensen die eigenlijk volledig out of control, doorgedraaid en hysterisch zijn. In zijn blik lees ik slechts één woord: Help!

Und Gott sah, dass es gut war

HaydnEn God zag dat het goed was. Dat zinnetje uit Genesis 1:12 werd er bij mij als hervormd jongetje voor het leven ingestampt. Ik gebruik het ook wel eens, en gisteravond kreeg ik het weer aangedragen,  auf Deutsch, in Het Muziektheater of zo overbodig als het tegenwoordig Nationale Opera & Ballet heet, dat met die rondingen aan de Amstel, dat roze tapijt, dat foeilelijke stadhuis erachter. Want daar klonk Die Schöpfung van Joseph Haydn. God, wat was dat mooi.

God zag dat het goed was, maar hij kon het ook horen. En wat zal hij blij geweest zijn met zijn Joseph Haydn die het scheppingsverhaal tot zo machtig mooie muziek wist te maken. Het is me ook nogal een onderwerp om je kroontjespen in te zetten. Doe even de schepping in een uur of twee. Haydn maakte het tot het hoogtepunt in zijn zo actieve componeerloopbaan.

Haydn ging niet met de minsten om. Hij was vriend en mentor van Mozart en gaf les aan Ludwig. Die Schöpfung ging in 1799 in Wenen in première en bijna 220 jaar later kreeg ik heel fijne gevoelens van zoveel compositorisch talent en meesterschap. God, wat was dat mooi.

Jammer dat om het artistiek wat op te pimpen er achter dirigent, orkest en koor een saaie, super slow motion film werd geprojecteerd van mannen in witte pakken, lege landschappen en copulerende honden. Het moest me waarschijnlijk doen denken aan een landschap na een nucleaire ramp. Een artistiek contrapunt van die prachtige schepping. Deze opleuking was een heel slecht idee en randde het prachtwerk van Haydn aan. Voortaan gewoon met je vingers afblijven. God zag toch dat het goed was? Nou dan.. 

Net als toen

KinksHet was voor The Kinks exact 50 jaar geleden net zo een mooie zonnige middag als nu. Een halve eeuw terug kwam hun ‘Sunny Afternoon’ uit, een enorme hit uit de pen van voorman Ray Davies. Titel, tempo en toon doen denken dat ‘Sunny Afternoon’ een heerlijk zomers wijsje is à la het latere ‘In the Summertime’ van Mungo Jerry. Maar zoals zo vaak bij Ray Davies is het de schone schijn die bedriegt.

De hoofdpersoon in ‘Sunny Afternoon’ wil niets liever dan lekker onderuit in de zon, maar om onopgehelderde redenen heeft de belastingdienst al zijn geld ingepikt. En tot overmaat van ramp is zijn vriendin er met zijn auto vandoor en terug naar papa en mama en vertelt daar haar ‘tales of drunkenness and cruelty.’ Dat klinkt niet echt gezellig op zo’n zonovergoten middag.  

Ook niet zo heel gezellig was het in ‘Net als toen’ waar Corry Brokken in 1957 het Eurovisiesongfestival mee wist te winnen. In het winnende liedje vraagt vrouw aan man of hij nog wel van haar houdt, ze wil graag terug naar toen, ‘..dan wordt de wereld weer net als vroeger. Een sprookjesland.’ Het lijkt niet te gaan gebeuren. Deze week overleed deze grootmoeder van Douwe Bob die in de jaren ’50 Nederland maar liefst drie maal vertegenwoordigde bij het Eurovisiesongfestival. Dat waren nog eens tijden.

Net als toen was ook het thema rond onze Kiki Bertens die op Roland Garros flikte wat geen enkele andere Nederlandse tennisster lukte: de halve finale halen. Toen moest Manon Bollegraf naar de studio komen om uit te leggen hoe zij ooit de kwartfinale in Parijs haalde en natuurlijk viel ook de naam van Betty Stöve, winnares op Wimbledon in 1977. Nederland had weer iets om trots op te zijn, en de oudjes illustreerden maar al te goed hoe zeldzaam tennissucces voor Nederland is. We hebben een nieuwe heldin om in onze armen te sluiten. ‘Don’t Go Breaking My Heart,’ Kiki.

God Only Knows

PetSoundsGisteren was ons konijn jarig. Zes alweer. Mooie leeftijd voor een langoor. Geluid maakt onze Sabien bijna niet. Alleen als ze zich bedreigd voelt, dan stampt ze, en dat kan ze heel hard. Daar komt dus die konijnennaam Stampertje uit Bambi vandaan. Maar zo stil als een konijn is, zo hard kunnen honden blaffen.

Dat merkte Beach Boys-zanger Mike Love toen hij terugkwam van tournee en Brian Wilson hem de banden liet horen van wat het album Pet Sounds (huisdierengeluiden) zou worden. Naast plastic flessen, bestek en fietsbellen, hoorde Love blaffende honden. “Voor wie is deze shit bestemd?”, zo zou Love gevraagd hebben. “Voor hondenoren?”

Dat was in 1966, en Pet Sounds van The Beach Boys is een halve eeuw later niets meer of minder dan a stroke of genius van Brian Wilson die het album zo ongeveer in zijn eentje componeerde en volspeelde. Volgens Rolling Stone is het album de nummer 2 in de Top 500 of Greatest Albums of All Time. Het moet in die lange lijst alleen Sgt. Pepper van The Beatles voor zich dulden. Maar The Beatles lieten zich voor hun magnum opus juist inspireren door Pet Sounds. Dat dan weer wel.

Het begon in 1961 als surfbandje in Californië, de broers Wilson en wat vrienden uit de buurt. Lekker scheuren naar het strand, surfen, achter de meiden aan. Maar dankzij genius Brian Wilson werden The Beach Boys een serieuze band die een gigantische lijst hits op haar naam heeft staan en enkele van de mooiste kroonjuwelen uit de popgeschiedenis. God Only Knows waar die Wilson het allemaal vandaan haalde. Het klinkt na zovele jaren nog steeds goddelijk. Jammer van die hoes van Pet Sounds. The Beach Boys op een geitenboerderij. Lulliger kan niet. 

Schaamteloos gedrocht

BoleroHet was een berichtje in de marge van de kunstpagina’s. Na 78 jaar en 120 dagen is het auteursrecht op de Boléro van Maurice Ravel verstreken. Ravels compositie kan nu door elk orkest ter wereld vrij van rechten worden gespeeld. Die financiële aanmoediging lijkt nauwelijks nodig. Boléro is één van de meest gespeelde klassieke muziekstukken. Ook André Rieu heeft het op het repertoire.

Maurice Ravel wordt beschouwd als één van de belangrijkste componisten van de eerste helft van de 20e eeuw. Ravel was een Fransman met Zwitsers-Baskische roots. Hij componeerde, dirigeerde en speelde piano. Ravel schreef veel voor ballet. Bolero componeerde hij in 1928 voor de Russicshe actrice en danseres Ida Rubinstein.  

Ravel was niet erg te spreken over zijn enorme hit. Hij vond zijn compositie ‘het meest schaamteloze gedrocht dat ooit in de geschiedenis van de muziek is doorgedrongen.’ Maar dat was niet zo vreemd. Ravel was altijd bijzonder kritisch op en over zijn werk. Vele anderen waren het niet met hem eens. Frank Zappa hield enorm van Boléro en speelde het – in bewerkte vorm – op zijn wereldtournee in 1988.

Wat niet hielp voor de beeldvorming van Boléro was dat het overal en door iedereen werd gespeeld. Mij kwam het ook de oren uit. Het werd in 1984 ook nog de muziek voor een film met de gelijknamige titel waarin actrice Bo Derek zonder bovenstuk een uur of anderhalf op zoek gaat naar de man die haar van haar maagdelijkheid mag beroven. 

Niet zozeer door die flutfilm maar door de muzikale structuur en het repetitieve karakter van Boléro wordt het muziekstuk door velen gevoeld als de ideale begeleiding bij geslachtsgemeenschap. Ravel zo het zo niet hebben bedoeld, vermoed ik. Maar zo gaat dat. En nu kan iedereen die Boléro ook nog gratis spelen. Mooi toch?

Yesterday

GeorgeMartinVolgens velen was George Martin de vijfde Beatle, maar er waren en zijn meer gegadigden voor de titel. Pete Best, bijvoorbeeld, de drummer die werd vervangen door Richard Starkey die wij weer beter leerden kennen als Ringo Starr. En dan was er de Duitse bassist bassist en ontwerper Klaus Voorman en natuurlijk manager Brian Epstein die van de vier Liverpoolse schoffies graag een frisse boy band wilde maken.

Paul McCartney noemde Martin niet alleen de vijde Beatle maar ook zijn tweede vader, en daar kunnen de anderen dan toch niet tegenop. En Martin was natuurlijk de grote kracht achter het eigen en eigenzinnige geluid van The Fab Four dat in een jaar of vijf ontwikkelde van Love Me Do tot Strawberry Fields Forever, muziek die zovele jaren later nog steeds staat als een enorm huis. Niet voor niets worden The Beatles door zeer velen beschouwd als de beste band uit de popgeschiedenis.

George Martin werd 90 jaar, net zo oud als mijn vader zou zijn als hij nog leefde, en hij overleed eerder deze week een dag voor de jaardag van mijn moeder. Het is inmiddels heel erg Yesterday, maar ik weet nog dat ik als kleine kortebroeker met hen in Schiedam naar de bioscoopfilm Help! ging, en waarschijnlijk keken mijn ouders net zo naar die rare Beatles als ik nu naar kijk naar Florida of The Weekend of wat er ook op de i-pad tijdens het avondeten voorbij komt aan muzikale dochtersinbreng.

Fly Like An Eagle

Eagles3En eens te meer blijkt maar weer hoe gevaarlijk New York is. In net een week overlijden David Bowie en Glenn Frey in Gotham. Over Starman Bowie is alles al gezegd. Over Glenn Frey nog niet. Voor wie hem niet mocht kennen: Frey was mede-oprichter, zanger, gitarist, toetsenist en componist van The Eagles die met hun prachtig melange van pop, rock en country de jaren ’70 muzikaal domineerden en met Hotel California de status van onsterfelijkheid (nou ja) verwierven.

Glenn Frey kwam uit Detroit, een beetje een bad ass, grote bek, aanwezig en zeker niet te beroerd om een probleem knokkend op te lossen. Samen met drummer en zanger Don Henley zou hij de nucleus gaan vormen van een band die na een periode als begeleidingsband van Linda Ronstadt uiteindelijk The Eagles zou worden. The Eagles maakten muziek die er niet was ofschoon het totaal niet nieuw klonk, en in een jaar of vier zouden zij evolueren van Take It Easy tot Life In The Fast Lane, van softies tot stadionact, met alle genotsmiddelen, private planes, seks en verwijdering die daar gratis bijkomen.

Ik heb The Eagles drie keer gezien. De eerste keer was in De Doelen in Rotterdam toen hun tweede album Desperado net uit was. Commercieel was Desperado een tegenvaller maar artistiek is het voor mij nog steeds een mijlpaal in de geschiedenis van The Eagles, een grotendeels gelukte poging tot een thema-album over cowboys en outlaws als een metafoor voor het eigen bestaan. Een paar later zag ik ze in Ahoy en was de band van vier aardige jongens met denim en engelenkoortjes ontwikkeld tot een stadionact met een extra gitarist en het volume wijd open.

De laatste keer dat ik Glenn Frey zag was in 2014 in de Ziggo Dome. The Eagles hadden alle ruzies en strijdbijlen begraven en gelokt met vette cheques trokken ze als cowboys-in-bijna-ruste de wereld over. De magie was allang weg, ofschoon het nog steeds wel aardig klonk en het beetje voelde als oude vrienden. Ik wist dat ik niet had moeten gaan, en mocht dus niet zeuren. Wasted Time was het zeker niet. En nu met de vrij plotse dood van Frey weet ik zeker dat ik niet nog een keer in de verleiding kan komen om The Eagles te gaan zien.

Ashes to Ashes

Ziggy2Er gaat niets boven Groningen. Dat blijkt maar weer. Het Groninger Museum huist de bejubelde tentoonstelling uit Londen David Bowie is en daar zal het de komende weken alleen maar harder storm gaan lopen nu Bowie als zijn eigen Major Tom in een oneindig zwart gat is verdwenen. Ashes to Ashes.

Er gaat niets boven Bowie, zullen vandaag velen zeggen. Over de doden niets dan goeds en glorieus. En Bowie was natuurlijk een grote. Master of all styles, Een muzikale kameleon en wonderdokter die speelde met persoonlijkheden en images en velen vaak voorbleef. Mijn muziek was het niet altijd, maar je moet wel deaf, dumb and blind zijn om zijn grootheid en belang niet te zien.

David Robert Jones uit Brixton is niet meer. Na 69 jaar en 3 dagen, een muzikale carrière van bijna een halve eeuw, en het afscheidsalbum Black Star is Major Tom niet meer. In het boek All the Madmen van Clinton Heylin ben ik net aan het lezen over zijn eerste jaren en het zoeken naar een stem, een persoonlijkheid, een eigen geluid en het spelen met meerdere werelden.

Het meest gefascineerd was ik als nieuwsgierige jongeling door zijn androgyne creatie Ziggy Stardust en zijn spinnen van Mars, en ik verslond de Britse muziekbladen. Ziggy was een shock in 1972, net als de slangen en de guillotine van Alice ‘Mr Nice Guy’ Cooper en de blow jobs in Walk on the Wild Side van Lou Reed. Wat een tijd, en wat een waanzinnig album en circus was Ziggy, ontsproten aan het brein van een ware Starman.

Baja California

HenleyIk kende Chris Zegers eigenlijk alleen maar van de inmiddels bijna bejaarde spotjes van Zwitserleven waar hij uitgestrekt dobberend de suggestie wekte dat wij dat ook konden bereiken als we maar hard genoeg werkten en braaf centjes zouden afdragen. Maar sinds Wie is de Mol vorig jaar is Dirk Christiaan – Chris voor intimi – Zegers hier een huisheld. Wat hebben we van hem genoten, van zijn energie, positiviteit, humor en overgulle lach. Het Zwitserlevengevoel, maar dan op Sri Lanka.

Gisteren was Chris plotsklaps In Mexico als gids voor het BNN-programma 3opReis en weer was er dat aanstekelijke enthousiasme en dat gevoel van de-dag- is- nog-maar-net-begonnen. En Chris was helemaal niet meer te houden toen hij in Todos Santos op het schiereiland Baja California Hotel California binnenstapte, de fraaie slaapplaats die het decor en het titelnummer voor het grote doorbraakalbum van The Eagles werd. ‘Het enige hotel waar je niet uit kunt checken’ grapte Chris, en van hem kon ik het hebben.

Hotel California, dat is zo aan het eind van mijn middelbare schooltijd, de grens tussen school en verder, net als Hotel California voor The Eagles de grens markeerde tussen de half-akoestische cowboys van de country rock en de overstuurde en snuivende stadionact die ze met het enorme succes van Hotel California waren geworden. Maar iedereen vond en vindt het mooi, en als er geen bloedige aanslagen in Parijs waren gepleegd dan had het magnum opus van Don Henley c.s. nog steeds op 1 in plaats van op 3 in de Top 2000 gestaan. Imagine that.

Trojka hier, trojka daar

DrsPHet zijn zware tijden voor de Nederlandse muziek. Recent ontvielen ons de toppers Albert West en ‘Cowboy’ Gerard de Vries. Hou het dan maar eens droog. En ook de hier ten lande zo populaire bandleider James Last blies at last zijn laatste adem uit. Maar hoe zwaar ons dit allen ook viel, het verbleekt bij het verscheiden van Drs. P.

Drs. P., kort voor Heinz Hermann Polzer, heeft als geboren, getogen en gebleven Zwitser de Nederlandse taal bijzonder verrijkt. De taalvaardige econoom bracht ons hits als De Veerpont en het hilarische uptempo De Dodenrit. Het bracht de antiheld in 1974 gewapend met bontmuts zelfs in de studio’s van Top Pop waar hij schmierend zijn hit playbackte. Het was een bijzonder gezicht, een heer van stand in middelbare staat in keurig pak.

Drs. P. ging heden van ons heen, 95 jaar oud. ‘Voor zover ik mij kan herinneren, ben ik nooit jong geweest’ liet Polzer pas nog optekenen in het Belgische Knack. Het tekende zijn hele act. Hij leek tijdloos en altijd al een wat oudere heer met overdosis taalschat en woordenspel.Uit De Veerpont: de oever waar wij niet zijn noemen wij de overkant. Die wordt dan deze kant zodra we daar zijn aangeland. Geen speld of pont tussen te krijgen.

Mijn lieveling: de duizelingwekkende dodemansit in de trojka waar het gezin één voor één wordt geofferd aan de hongerige wolven en waar de verteller vlak voor de bestemming Omsk als laatste aan de wilde dieren ten prooi valt. Het ontlokte hem de prachtige parel: Omsk is een mooie stad, maar net iets te ver weg. Zuig daar maar eens een puntje aan. Voor Heinz Polzer is vandaag zijn eeuwige dodenrit begonnen.